FacebookTwitter Bel voor een afspraak 071-2020200

Zwartspaarders betalen jarenlange boetes

1 juli 2013

Belastingplichtigen van wie de belastinginspecteur heeft bewezen dat zij op 31 januari 1994 een aanzienlijk tegoed op een geheime Luxemburgse bankrekening hadden, kunnen voor alle jaren vanaf 1993 een boete krijgen wegens opzettelijk verzwegen inkomsten.

In 2000 heeft de Belastingdienst microfiches ontvangen die gegevens bevatten over rekeningen Nederlanders bij de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux). De betrokkenen die ontkenden rekeninghouder te zijn of weigerden om mee te werken hebben van de Belastingdienst (navorderings-)aanslagen in de inkomstenbelasting (IB) en vermogensbelasting (VB) gekregen over de jaren 1990 tot en met 2000, en daar bovenop boetes van 100% van het belastingbedrag.

De Belastingdienst mag de boete alleen opleggen als de inspecteur kan bewijzen dat ontkenners en weigeraars ook in de jaren vóór en de jaren ná 31 januari 1994 zwart geld in Luxemburg hadden. Als de inspecteur enkel over een KB-Lux-saldo per 31 januari 1994 beschikt, heeft hij geen hard bewijs. De Hoge Raad heeft nu beslist dat de inspecteur in deze gevallen met een bewijsvermoeden mag werken. Als hij heeft bewezen dat de belastingplichtige op 31 januari 1994 een aanzienlijk saldo op de KB-Lux-rekening had, mag de belastinginspecteur daaraan het vermoeden ontlenen dat dit saldo er ook al in de loop van 1993 was, en ook dat dat geld na 31 januari 1994 niet is verdwenen. Het is dan ook aan de belastingplichtige om dat vermoeden te ontzenuwen.